Leren lezen in de 18de eeuw
Niet zo lang geleden las ik in dit boek.
“Tot Burgerschap en Deugd” – Volksopvoeding in de negentiende eeuw.
Éen ding bleef bij mij hangen.
Het boek vertelt dat de manier waarop we nu leren lezen, haar oorsprong heeft aan het einde van de 18de eeuw.
Voor die tijd leerden kinderen lezen door eerst de letternamen van het alfabet te leren en daarna de lettergrepen. Vanuit daar moesten ze leren lezen.
Als ik daar nu over nadenk, is dat best verrassend.
De naam van een letter klinkt immers vaak heel anders dan de klank van die letter in een woord.
In 1797 kwam, volgens het boek, de leesmachine. Kinderen leerden letters vanuit hun klank en moesten de verschillende klanken samenvoegen tot een woord.
Dit werd de klankmethode genoemd.
De basis van de manier waarop we nu leren lezen bestaat dus al meer dan tweehonderd jaar. Natuurlijk is die manier in de loop van de tijd aangepast en verder ontwikkeld.
Maar toch blijft bij mij steeds dezelfde vraag terugkomen:
Waarom gebruiken we maar één manier om kinderen te leren lezen?
Leren kan op verschillende manieren
Er zijn kinderen die ondanks heel veel oefenen grote moeite blijven houden met leren lezen en spellen.
Vergelijk het met mensen die vroeger rechts moesten schrijven, terwijl ze linkshandig waren.

We weten inmiddels dat kinderen met bijvoorbeeld dyslexie letters, klanken en woorden anders kunnen verwerken.
Dat betekent niet dat ze niet slim zijn.
Integendeel.
In mijn werk heb ik juist heel veel intelligente, creatieve en bijzondere mensen ontmoet die moeite hebben met lezen en schrijven.
Toch lijkt ons onderwijssysteem vooral uit te gaan van één manier waarop kinderen leren lezen.
En als het kind daar moeite mee heeft?
…….moet het kind zich aanpassen.
Er zijn gelukkig hulpmiddelen om te compenseren. Bijvoorbeeld extra tijd.
En natuurlijk ben ik blij dat die hulpmiddelen er zijn.
Maar ik vraag me af of we daarmee niet vooral het probleem proberen op te lossen nádat het is ontstaan.
Waarom zoeken we niet veel meer naar een andere manier om kinderen de moeite hebben met lezen te leren lezen?
Als de ene behandeling niet werkt.
Als iemand bijvoorbeeld kanker krijgt en een behandeling slaat niet aan, zoeken we toch ook verder?
Dan wordt er onderzoek gedaan.
Er worden nieuwe behandelingen ontwikkeld.
Mensen zetten acties op touw om geld voor onderzoek bij elkaar te krijgen.
Helemaal geweldig!
Waarom doen we dat bij leren, lezen en schrijven zoveel minder?
We weten steeds meer over dyslexie en over de manieren waarop hersenen informatie verwerken.
Maar ondertussen blijven we kinderen vooral leren lezen op een manier die alleen voor een gemiddelde groep goed werkt.
En als het voor een kind niet werkt?
Dan oefenen we.
Nog een keer.
En nog een keer.
En nog meer oefenen.

Maar wanneer zeggen we: misschien moeten we het anders proberen?
Dat is de vraag die mij al langere tijd bezighoudt.
Niet omdat ik denk dat alles wat we nu doen verkeerd is.
En ook niet omdat ik denk dat mijn manier voor ieder kind de oplossing is.
Maar omdat ik na jaren werken met kinderen en volwassenen met dyslexie ervan overtuigd ben geraakt dat er méér mogelijk is.
Misschien moeten we niet alleen vragen:
Hoe krijgen we dit kind zover dat het volgens onze manier leert lezen?
Maar ook:
Welke manier van leren past bij dit kind?
Daar wil ik graag verder op willen inzetten.
Want mijn vraag komt niet alleen uit boeken of theorie.
Ik heb in mijn praktijk ervaren, dat het anders kan.
